Het Dagelijks bestuur van het COOAB bestaat uit:

Rikkie Overbeek, voorzitter

  • Over Rikkie

    Mijn naam is Rikkie Overbeek (1963), ik ben sinds 2008 betrokken bij de beroepsgroep GGZ-Agoog en het oude COOAB de kamer binnen het voormalige CONO. Als opleidingsfunctionaris  bij GGNet, Warnsveld/Apeldoorn verwonderde ik mij over de dominantie van de medische visie en norm binnen het werken met mensen met een psychiatrische aandoening. De maatschappelijke, herstelondersteunende en contextgebonden benadering binnen het hulpverlenen waarbij uitgegaan wordt van de sterke en gezonde kanten van mensen met een beperking  doen in mijn ogen veel recht aan cliënten en maken dat zij kansen krijgen te participeren in onze samenleving.  Deze cliënt benadering en deskundigheid blijft de drijfveer in mijn reguliere werk als docent maar zeker ook voor deze voorzittersfunctie van het COOAB 2.0. De GGZ-Agoog levert in mijn ogen een grote bijdrage aan bovenstaande hulpverlening.

    Het borgen van de GGZ-Agoog op het gebied van onderwijs en positionering in het werkveld en de andere doelstellingen ervaar is ik als een uitdagende taak. De samenwerking en de verbindingen met alle belanghebbenden o.a. onderwijs, beroepsvereniging, zorgverzekeraars, cliënt organisaties en werkgevers is nodig om in de nieuwe ontwikkelingen binnen de GGZ dit deel van de zorg te waarborgen en door te ontwikkelen.

    Ik zie de voorzittersfunctie als een rol waarin ik verschil kan maken, door samen met de leden van het COOAB 2.0, doelgericht en concreet zaken te realiseren die het beroep GGZ-Agoog ten goede komen. Partijen te verbinden en meer helderheid te verschaffen naar de buitenwereld  over de opleiding en deze waardenvolle beroepsgroep.

Camilla Jaspers, secretaris

  • Over Camilla

    Mijn naam is Camilla Jaspers. In het dagelijks leven werk ik als docent op de Hogeschool Inholland te Rotterdam. Ik ben binnen Inholland de coördinator voor de opleiding tot GGZ agoog. Waaraan ik met veel plezier samen met mijn collegae gestalte geef.
    De opleiding tot het beroep van  GGZ agoog vind ik zeer belangrijk. Ooit ben ik zelf begonnen als maatschappelijk werker bij het Consultatie Bureau voor Alcohol en Drugs en ik heb daarna afwisselend gewerkt binnen de Reclassering Nederland, binnen de reclasseringspoot van de Verslavingszorg en binnen de externe crisisdienst van de Verslavingszorg. Daar trof ik vaak mensen die zowel een verslaving hadden als een psychiatrische aandoening. Of die problemen hadden met Justitie en een psychiatrische aandoening hadden. Omdat we meestal multidisciplinair werkten bleek mij al snel dat de medische kijk op verslaving en op psychiatrische aandoeningen vooral de focus op 'ziekte' legde. Ook bij de cliënt draaide het in gesprekken al snel om ziekte en problemen en wat iemand allemaal niet kon in zijn leven. Het ziek zijn leek bijna de gehele identiteit te worden van de persoon.

    Het samenwerken met de collegae vanuit de medische ' hoek' heeft mijn kennis en kunde zeker verrijkt. Het heeft mij in contrast echter ook gesterkt in mijn eigen benadering als professionele agoog om de cliënt te zien in zijn heelheid. En dus ook te zien waar zijn sterke kanten lagen. Samenwerken met de cliënt om diens sterke kanten zoveel mogelijk uit te bouwen en tegelijk rekening houden met zijn beperking. De wensen en mogelijkheden van de cliënt goed horen en samen op weg gaan om waar mogelijk op alle relevante levensgebieden vooruitgang te boeken.

    Samenwerken ook met familie, vrienden en het eventuele professionele netwerk van een cliënt. Eventueel hem helpen een verder (in)formeel netwerk op te bouwen zodat hij zo zelfstandig mogelijk kan leven en zelf zoveel mogelijk regie kan geven aan zijn leven.

    Met het COOAB2.0 streven we op landelijk niveau naar goed kwalitatief onderwijs aan de aspirant GGZ agoog, zodat die straks een duidelijke beroepsbeoefenaar wordt, die staat voor zijn vakgebied als GGZ agoog. Zeker onder de huidige maatschappelijke op participatie van allen gerichte ontwikkelingen zal de GGZ agoog zijn steentje kunnen bijdragen. Binnen de gehele GGZ en met name ook steeds meer binnen het wijkgericht werken.

    Bovenstaande is mijn motivatie om binnen het COOAB2.0 aan de slag te gaan. Samen met de leden van het COOAB2.0, met de studenten GGZ agoog en met al afgestudeerde GGZ agogen en de collegae in het land die opleiden tot de GGZ agoog en de mensen in het werkveld hoop ik de GGZ agoog stevig op de kaart te zetten in Nederland en zo de GGZ agoog verder op de juiste wijze binnen de gehele GGZ te positioneren.

Alie Weerman, vice voorzitter

  • Over Alie

    Mijn naam is Alie Weerman (1960). Ik ben psycholoog en sinds 1990 werkzaam op hogeschool Windesheim als docent en onderzoeker psychologie/ psychiatrie. Sinds februari 2017 ben ik werkzaam als onderzoeker Ervaringsdeskundigheid, waar ik in 2016 op ben gepromoveerd. Voordat ik bij Windesheim kwam heb ik onder andere gewerkt als ondersteuner van een patiëntenraad in de GGZ en als trainer/onderzoeker. Ik kreeg de functie ondersteuner patiëntenraad vanwege eigen cliëntervaring in de GGZ. Op Windesheim heb ik in lessen altijd het cliëntperspectief ingebracht. Vanwege persoonlijke en professionele ervaringen in de GGZ heb ik gemerkt hoe belangrijk het is dat er oog is voor de levensloop, de mogelijkheden en de bijzondere context van de cliënt. Het gaat erom begrepen te worden en als persoon gezien en aanvaard te worden.  Het stigma moet aangepakt worden. Daarnaast is vakkennis en – kunde nodig die specifiek gericht is op psychiatrische problemen en verslaving.  De GGZ-agoog heeft dat in huis. De GGZ-agoog legt verbinding met het sociale domein en past goed bij de stroming De Nieuwe GGZ (DNG).  Momenteel doe ik onderzoek naar het gebruiken van ervaringsdeskundigheid door hulpverleners in de GGZ. Hiervoor heb ik een leerlijn ontwikkeld. Het is mooi dat de GGZ-agoog  als eigenstandig beroep in de GGZ is erkend! De GGZ-agoog wordt specifiek opgeleid om het persoonlijk en maatschappelijk herstel van cliënten te bevorderen.

Het COOAB heeft als doel:

  • Het formuleren van inhoudelijke normen voor zowel initiële als postinitiële opleidingsvraagstukken voor het beroep GGZ-agoog.
  • Het stimuleren van opleiden en scholen van GGZ-agogen en het adviseren over opleidingsvraagstukken.
  • Het ondersteunen van de profilering en positionering van de GGZ-agoog
  • Het bevorderen van beroepsregistratie van de GGZ-agogen
  • Het ondersteunen van kennisontwikkeling en – deling van GGZ-agogen in georganiseerd verband.